Geschiedenis van het Internet PDF  | Afdrukken |  E-mail
Geschreven door Rinie Hooijer   
dinsdag, 01 januari 2008 10:52
Inhoudsopgave
Geschiedenis van het Internet
Usenet
FTP
Electronic mail
Alle Pagina's
Ironisch genoeg is het Internet dat nu staat voor vrijheid ontstaan op het hoogtepunt van de Koude Oorlog eind jaren zestig. De Amerikanen vroegen zich toen af hoe zij moesten communiceren met elkaar en met bondgenoten ten tijde van een nucleaire aanval. Het antwoord werd gevonden in een netwerk van computers waarin niemand de baas was.
Ironisch genoeg is het Internet dat nu staat voor vrijheid ontstaan op het hoogtepunt van de Koude Oorlog eind jaren zestig. De Amerikanen vroegen zich toen af hoe zij moesten communiceren met elkaar en met bondgenoten ten tijde van een nucleaire aanval. Het antwoord werd gevonden in een netwerk van computers waarin niemand de baas was. Het grote voordeel hiervan was dat als er een computer uitviel de overige computers gewoon met elkaar in contact konden blijven.

Het Pentagon zag daar wel iets in en richtte in december 1969 de projectgroep 'Advanced Research Project Association' op. Het jonge netwerk kreeg de naam ARPANET, de naam van de belangrijkste geldschieter. Binnen drie jaar had men het voor elkaar dat er 37 computers met elkaar konden communiceren over een grote afstand. Mede omdat serieuze problemen met Rusland uitbleven, werd het netwerk steeds meer gebruikt om berichten uit te wisselen tussen wetenschappers en onderzoekers. Op die manier konden wetenschappers gezamenlijk werken aan dezelfde projecten. Het sturen van berichten werd zo'n rage dat al snel de eerste mailinglijsten ontstonden. Hiermee konden in één keer meerdere personen op het netwerk worden bereikt. De hoge bazen waren hier niet blij mee, maar konden er niets aan veranderen.

TCP

In de jaren zeventig werd het netwerk als maar groter en steeds meer verschillende computerplatformen werden er op aangesloten. De computers communiceerden met elkaar door middel van het Network Control Protocol, wat al snel werd vervangen door het betere Transmission Control Protocol (TCP). Dit protocol zorgt ervoor dat een grote hoeveelheid aan data eerst wordt opgedeeld in pakketjes voordat het wordt verstuurd. Als deze pakketjes aankomen bij de ontvanger, maakt dit protocol er weer één bestand van. Om een andere computer op het netwerk te kunnen lokaliseren werd het Internet Protocol (IP) gebruikt. Dit IP-protocol kan een ander computer herkennen aan zijn unieke adres. Vroeger kon je dit adres alleen bereiken als je de cijfercombinatie wist. Tegenwoordig heeft men aan die cijfers een naam gekoppeld, waardoor de verschillende adressen beter te onthouden zijn.

ARPANET

In 1983 splitste het militaire gedeelte zich af van het ARPANET en vormde een nieuw netwerk onder de naam MILNET. Praktisch maakten dit niet uit, omdat door het TCP/IP protocol de computers met elkaar in contact bleven. Veel belangrijker was de ontwikkeling in de maatschappij waar personal computers voor iedereen betaalbaar werden. Deze computers konden door middel van een modem ook contact leggen met verschillende netwerken. En omdat het TCP/IP protocol vrij verkrijgbaar was ontstond er al snel een groot computer netwerk dat iedere geografische grens overschreed. In 1989 hief het ARPANET zich op. Het was ten onder gegaan aan haar eigen succes. Het Internet was geboren, een groot internationaal netwerk waarop iedereen in bezit van een computer en modem zich kon aansluiten.

Uiteraard bracht dit de nodige problemen met zich mee. Er ontstonden allerlei nieuwe subnetwerken waardoor het al snel een chaos werd. In 1991 stelde het Zwitserse laboratorium CERN voor om een organisatie op te richten die zich zou bezig houden met alle facetten van communicatie over computernetwerken. Deze organisatie zou alle voorstellen van bedrijven moeten bekijken om daarna tot een standaard te komen. Het bedrijfsleven stemde hiermee in en eind 1994 ontstond het World Wide Web Consortium. Alle standaarden en specificaties die te maken hebben met het Internet kunt u dan ook altijd daar terugvinden. Deze specificaties zijn gratis en voor iedereen toegankelijk. Nadat het CERN zich ging bemoeien met standaardisering, werd het Internet opgedeeld in verschillende stukken die we nu kennen als het World Wide Web, Usenet, FTP, electronic mail en Gopher.

Het WWW

Het World Wide Web is een grote wereld waarin van alles gebeurt. Je kunt er praten met anderen, informatie zoeken, naar muziek luisteren, bestanden downloaden en zelfs filmpjes bekijken. Er zijn zoveel websites dat je nooit uitgekeken raakt. Met een simpele klik op de muisknop surf je van een webpagina in Nederland naar een webpagina in Thailand. Maar zo is het niet altijd geweest.
Voordat het W3-consortium zich met het Internet ging bemoeien moest je echt iets van Unix afweten om op het wereldwijde netwerk iets te kunnen vinden. Iedereen werkte in een omgeving die er uit zag zoals DOS. Het waarschijnlijk ook om die reden dat er toen niet veel 'gewone' mensen aangesloten waren op het grote netwerk. Tim Berners-Lee bracht daar in 1990 verandering in door een computercode te ontwikkelen waarmee het mogelijk werd om teksten en pagina's aan elkaar te linken. Binnen een zeer korte tijd werd de HyperText Markup Language, of kortweg HTML, enorm populair. Het koppelen van informatiebronnen verspreid over de wereld werd kinderspel. Twee jaar later ontwikkelde Marc Andreessen, toen nog werkzaam bij het National Center for Computing Applications (NCSA), de eerste browser die de naam Mosaic kreeg. Hiermee konden de HTML-pagina's in een WYSIWYG-omgeving worden weergegeven en daarmee werd het Internet toegankelijk voor de man op straat.
Dit alles had een sneeuwbal effect tot gevolg. Want doordat het Internet voor iedereen toegankelijk werd gingen steeds meer bedrijven zich op het web manifesteren. Bij de bedrijven zit geld, dus steeds meer computerfabrikanten sprongen op de Internet-rage in. Er werd speciale software ontwikkeld om websites te maken, grafische pakketten kregen 'web-functionaliteit' en de twee bekendste browsers Netscape Navigator en Microsoft Internet Explorer vochten om de gunst van de eindgebruiker. Uiteraard was de commercialisering van het Internet een doorn in het oog van de wetenschappers bij het W3-Consortium. Zij kwamen in plaats van voorop achteraan te lopen in het proces om standaarden te ontwikkelen. Dit had tot gevolg dat de eerste specificatie voor HTML 3.0 een rommeltje werd waardoor het moeilijk werd om deze goed te keuren. HTML-ontwikkelaar David Raggett stelde daarna snel orde op zaken en uiteindelijk werd de specificatie goedgekeurd als HTML 3.2. Het zal u niet verbazen dat HTML 3.2 niet lang stand hield. Om tot overeenstemming te komen waren in deze specificatie elementen op genomen die maar in één van beide browsers werken of die in beide werken maar alleen maar een halve oplossing boden. Vooral Netscape was de boosdoener. Blind door het succes probeerde zij zoveel mogelijk zelf uitgevonden elementen in de specificatie te krijgen. Voorbeelden hiervan zijn het IMG element om plaatjes in de pagina op te nemen, het FRAME element om aparte venster te creëren en later de layer tag om verschillende lagen te kunnen gebruiken. Het W3-Consortium was niet blij met deze elementen, omdat er niet goed over was nagedacht.
Het gevolg was dat er relatief vrij snel een voorstel verscheen voor HTML 4.0. In deze specificatie bestaat het IMG element nog wel maar zal op den duur worden vervangen door het flexibelere OBJECT element, de LAYER element heeft plaats moeten ruimen voor het DIV element en alleen de elementen om frames te maken zijn gehandhaafd. Dit boek gaat over deze versie van HTML.





Laatst aangepast op dinsdag, 01 september 2009 13:03